De chirurg

En toch stond hij op 1 november aan haar bed.
‘Hoe? U bent hier nu toch? Het is vandaag feestdag toch?’ Zijn aanwezigheid verbaasde haar, maar ze hield er meteen een warm gevoel aan over.
‘Uhuu’  zei hij, op zijn zo typische manier.
‘Gaat het wat beter met je vandaag?’ De chirurg bekeek haar aandachtig, wat bezorgd zelfs.

Gisteren had ze een dip. Toen de chirurg op zijn dagelijkse controleronde binnenkwam, had ze net een traan weggeveegd. Het was hem niet ontgaan. Hij had haar gevraagd wat er mis was, en ze was rood geworden en ze had gezegd dat ze tegen haar vader had gelogen. Waarop hij een glimlach niet had kunnen onderdrukken. Dat spiertje rond zijn mond was weer beginnen trillen, en voor haar wees dat op een glimlach die zou komen. En als hij niet kwam dan wist ze toch dat die glimlach op de loer lag, ergens…
‘Ach zo….tegen je vader gelogen…’ De ernst in zijn gezicht had geen enkele emotie kunnen verraden, afgezien dan van dat lachspiertje. Het was tot haar beginnen doordringen hoe gek dit moest overkomen. Ze was 58 jaar en weende omdat ze tegen haar vader had gelogen.
‘En…was die leugen dan zó erg?’had de chirurg meewarig gevraagd.
‘Ik heb hem gezegd dat ik hier ben voor een knieoperatie’ had ze gezegd, en er was weer een traan langs haar wang gelopen.
‘Enne….hij gelooft me niet, hij vindt niet dat ik daarvoor naar Leuven moet komen’ had ze gezegd.
‘Je hebt een pientere vader, blijkbaar…’  Ze had hem aandachtig aangekeken. Was hij nu met haar aan het lachen? Neen, daar was deze man veel te oprecht voor. Hij kon hooguit geamuseerd zijn door de manier waarop sommige patiënten prioriteiten gingen verleggen.
‘Ik wou mijn ouders niet nodeloos ongerust maken. Ze hebben al genoeg zorgen.’
‘Dan zou ik me niet te schuldig voelen. Je hebt gedaan voor goed. En weet je vader nu waarom je hier wél bent?’
‘Neen, en dat ga ik ook niet zeggen!’
En andermaal was er een traan van haar wang gerold.
‘Het is erg moedig van je om dat allemaal voor jezelf te houden, maar het resultaat is dat jij hier nu ligt te piekeren en je zorgen te maken. En dat kan je nu niet gebruiken. Je moet nu even alleen maar met jezelf en met je genezing bezig zijn’, had hij gezegd. En een ‘uhuu’ of twee later had hij aanstalten gemaakt om te vertrekken. Aan de deur had hij zich nog even omgedraaid.
‘O ja, morgen ben ik er niet, het is 1 november, familiedag…’
‘Uiteraard, dat verwachtte ik ook niet’.  Ze vond het al heel wat dat hij bijna elke dag kwam kijken hoe het met haar ging.

‘U zou toch niet komen vandaag?’ vroeg ze, verwonderd over zijn Allerheiligenbezoek.
‘Je had het gisteren niet zo gemakkelijk….., en ik kom es kijken hoe het vandaag met je is…’
‘Beter, veel beter…’ zei ze lachend. ‘Alles zit weer op zijn plaats….’ Ze  wees naar de bandage om haar hoofd, doelend op wat eronder zat.
Ze had een goede nacht achter de rug en alles leek haar minder zwaar te wegen vandaag, haar hoofd inclusief.
‘Ondanks het feit dat je gelogen hebt tegen je vader?’
Voor het eerst zag ze hem breeduit lachen, waardoor zijn hele gezicht leek open te plooien. Ze voelde een warme sympathie voor hem opwellen. Wat een fijne arts!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *